Waar komt de naam "Haverzekskes" vandaan?

 

Heel lang geleden leefde er op het kasteel Carteyn in de Bongerd in Bunde een woeste ridder. Op een dag ging deze ridder met zijn vierspan van vurige gitzwarte paarden en een gouden koets uit rijden. Hij kwam van boven de heuvels in het Bunderbos en met grote snelheid reed hij naar beneden naar het drassige gebied "de Pas" tussen Bunde en Geulle. De koets en paarden van de ridder verdwenen in het moeras, een bodemloze put. In de volksmond werd dit moeras "Averput" of "Haverput" genoemd.
Sinds het ontstaan van het Bunderbos wonen in dit moeras kleine mannetjes, gekleed in groene kieltjes, die “Avermennekes” (ook wel Aardmennekes) werden genoemd. Die Avermennekes hebben die prachtige koets nu in hun bezit om er voor te zorgen dat het “kwaad” niet meer uit de put kan komen.
Een kopie van deze Averput, koets en Avermennekes kun je bewonderen tijdens de carnavalsmiddagen van de “Haverzekskes”. Op de achterwand die op de bühne staat is dit tafereel uitgebeeld.
Waar leefden die Avermennekes van? De hoofdmaaltijd van de mennekes bestond uit Havermout. De haver konden zij natuurlijk niet zelf verbouwen daar in het bos. Maar dat hoefde ook niet. Wanneer de haver bij de boeren in Bunde werd afgedaan, dan gingen de mannetjes 's nachts "zeumere". Ze zochten zo goed, dat ze soms wel een hele zak vol met haver vonden. Dit was natuurlijk niet zo’n grote jute zak, zoals wij hem kennen, maar een klein "zekske". Vandaar de naam "Haverzekskes".
Als je wilt weten hoe groot deze zakjes waren, let dan maar eens op de "zekskes" die de Raad van Elf van de jeugdcarnaval in Bunde tijdens het seizoen dragen.